Volgend jaar, dan doe ik het!

                             Sonnet

‘k Heb veel intenties voor een frisse start,
nu ’t nieuwe jaar er weer zit aan te komen,
Wat ik in ’t oude niet heb ondernomen,
heeft al mijn goede wil alleen verhard.

Geen mens die nog mijn ijver in kan tomen,
met prachtig resultaat als ik volhard,
en elke knoop wordt volgend jaar ontward.
Verheugd geloof ik in mijn eigen dromen.

‘k Zal ’t nieuwe jaar dus pittig gaan beginnen,
meteen al laten zien waar op het staat.
Maar ‘k zou misschien ook best al iets verzinnen

voor in ’t geval het toch weer moeizaam gaat.
Want ja, ik kan ook later herbeginnen,
een volgend jaar staat altijd weer paraat…

Advertenties

Eindigheid.

                                  Sonnet.

Een hoofdstuk dat voorgoed wordt afgesloten,
de weemoed van het allerlaatste uur.
Soms maakt het ons al eens wat overstuur
en menig traan wordt gaandeweg vergoten.

De gesel van de steeds beperkte duur,
de vluchtigheid van wat ons wordt ontsloten.
al zwoegen we verwoed en onverdroten,
het is en blijft een eindig avontuur.

Geen sterveling kan ooit de tijd vertragen,
al droomt men daar sinds Einstein wel eens van.
We krijgen slechts een voorraad korte dagen,

en zoeken zelf naar ’t beste stappenplan,
gekapseld in een overvloed aan vragen
waarop geen mens het antwoord geven kan.

Zonder inspiratie…

                          Sonnet

Mijn inspiratie heeft me net verlaten,
ze heeft besloten om op reis te gaan.
Heel eigenzinnig liet ze me verstaan
dat ik haar af en toe met rust moet laten.

Ik smeekte haar, maar nee, het mocht niet baten,
ze vond dat ik ’t gemis maar moest doorstaan.
Wie weet is het met ’t dichten wel gedaan
nu zij me geen ideeën aan kan praten.

Maar potverkoffie, ‘k wil het toch proberen,
het moet toch ook eens lukken zonder haar.
Kan ik nu echt niet zelf iets fantaseren,

al voelt dat dan onwennig en heel raar?
Ik hoop dat ik het op een dag zal leren.
Dan zijn haar tripjes nooit meer een bezwaar…

Zoete verlangens.

                         Sonnet

Zie hoe ze de voorbijgangers verleiden,
en lonken naar al wie aan ’t raam passeert,
zij die door menigeen worden begeerd
voor kort genot dat hevig kan verblijden.

Maar nadat de genoegens zijn verteerd
zijn er ook velen die hun spijt belijden,
die lusten in ’t vervolg maar liever mijden
als zoete vruchten die men ’t beste weert.

Maar toch blijven de beauties vrolijk lonken,
naar allen die voorbij het venster gaan.
Verwijzend naar ’t plezier dat ze al schonken,

proberen ze de wilskracht te verslaan.
Maar ongeacht hoe schitterend ze pronken,
die taartjes laat ik toch maar liever staan.

Ode aan de verscheidenheid.

                                          Sonnet

Al sinds de aanvang zijn ze er geweest,
nuances die het leven boeiend maken,
dat samenspel van kleuren en van smaken,
die onbegrensde weelde voor de geest.

Al kan het onbekende ons hard raken,
en wordt het vaak geweerd en zelfs gevreesd,
al maakt het ons soms schuchter en bedeesd,
toch kan het nieuwe wensen doen ontwaken.

Verwondering voor smaken en voor geuren,
een horizon die plots verruimen gaat,
een schouwspel vol met ongekende kleuren

een regenboog van onvermoed formaat.
Verscheidenheid, ze opent nieuwe deuren,
vol rijkdom voor wie dan naar binnen gaat.

Censuur.

                         Sonnet

Ze blijft nog altijd wijd en zijd verbreid,
door heersers die het vrije woord beletten,
er zich uit volle macht tegen verzetten
dat wat zij niet graag horen, zich verspreidt.

Met argusogen gaan ze erop letten
dat niets hun strenge arendsblik ontglijdt,
om elk woord dat hun machtswellust bestrijdt
meteen krachtdadig buitenspel te zetten.

Maar woorden kunnen eigen wegen vinden
doorheen de tralies van een dictatuur,
en al de hinder die ze ondervinden

gooit vaak alleen maar olie op het vuur.
Want ongeacht of heersers zich verblinden,
hun houdbaarheid is van beperkte duur.

Vlotjes weg moraliseren…

Vlotjes weg moraliseren,
zeggen wat een ander moet,
als je zelf dan zonder dralen
altijd weer je goesting doet.

’t Is heel makkelijk te praten
en vervuld van vuur te preken
om dan zelf je mooie waarheid
steeds weer schaamteloos te breken.

Poog eens naar jezelf te kijken
vooraleer je ’t uit gaat leggen,
wel, mijn allerbeste selfie,
da’s wat ik jóu eens wou zeggen.

Een nieuwe brug.

Blijf niet roeren in de wanhoop,
in al wat ellendig is,
blijf de bitterheid niet voeden,
’t doelloos hangen in ’t gemis.

Neem de brokken uit ’t verleden,
alles wat werd stukgeslagen,
voeg daarbij ook al het goede
dat je ooit hebt meegedragen.

Leg dit alles dan tezamen,
en begin met veel vertrouwen
aan een nieuwe samenhang,
aan een nieuwe brug te bouwen.

Wie weet zal er dan iets groeien,
louterend voor hart en geest,
en zal het veel mooier bloeien
dan hetgeen ooit is geweest.

Paradijselijke Papieren.

                               Sonnet

Waar zal ik mijn papieren eens verbergen?
Waar vind ik ’t groot papieren-paradijs?
‘k Wil ook wel eens een anti-fiscusreis
naar landen van fortuin en gouden bergen.

Misschien kom ik dan in een mooi paleis
waar niemand ooit de zwartwerkers wil tergen,
of van de rijken wat fairplay gaat vergen,
want wie niet graait, die is er niet goed wijs.

Maar wacht nog even met me te verdenken
want er is iets wat me toch wel bezwaart:
papieren kunnen veel voldoening schenken

en ‘k heb er ook al massa’s van vergaard,
maar voorzover ik heden kan bedenken
zijn die waarschijnlijk toch geen stuiver waard.

Een dure vogel.

                               Sonnet

Zie daar die dure vogel weer aan ‘t pleiten
opdat de crimineel zijn straf ontloopt,
en hoe hij vlot zijn eerbaarheid verkoopt
aan hen die met de misdaadcenten smijten.

‘t Gehoon voor wie op faire straffen hoopt,
‘t gegoochel met excuses en verwijten,
zijn poging om de hoop uiteen te rijten
dat recht ook in rechtvaardigheid verloopt.

Gewiekst de onschuld van de dader veinzen
‘t negeren van de slachtoffers en pijn.
Misschien is hij alweer aan ’t te overpeinzen

hoe vrijspraak steeds weer leidt tot een festijn.
Maar zou hij ook hooghartig blijven grijnzen
als ‘t slachtoffer zijn eigen kind zou zijn?